In 1989 kwamen de eerste gelede bussen bij de Utrechtse stadsvervoerder GVU in dienst. Deze bussen waren van het type Volvo-Den Oudsten B88. In de jaren 1990, 1991 en 1993 werden enkele vervolgbestellingen afgeleverd. Eind 1993 had het GVU maar liefst 75 van deze bussen in dienst. Het waren bussen met karakter die cruciaal waren in de ontwikkeling van het Utrechtse stadsvervoer. Ze waren een vertrouwde verschijning op de drukste lijnen. In 2004 werd begonnen met de buitendienststelling van deze bussen. In december 2007, mogelijk iets later, zal definitief het doek vallen voor de laatste vertegenwoordigers van dit bustype. Dit artikel moet gezien worden als een eerbetoon aan de Volvo-Den Oudsten gelede bussen.
Proloog
De DAF-Hainje standaardbus
In 1966 maakte Utrecht kennis met de wijnrode standaardbus (CSA-I). Dit bustype was tot stand gekomen door de Commissie Standaardisering Autobusmaterieel. Deze commissie werd in 1961 op aandringen van de Rotterdamse stadsvervoerder RET opgericht. In deze commissie zaten verder de vervoerbedrijven van Amsterdam (GVB) en Den Haag (HTM). In 1965 voegde ook het Utrechtse GEVU (vanaf 1977 GVU) zich aan de commissie toe. In de periode 1966-1983 werden er meer dan 200 van dergelijke bussen in dienst gesteld. Ze vervingen het bestand aan blauwe bussen en waren deels aangeschaft ter uibreiding van het wagenpark. In 1984 kreeg Utrecht standaardbussen van een moderner model die al gauw de benaming 'CSA-II' kregen. In de jaren tot en met 1988 werden 59 van deze tomaatrode exemplaren in dienst gesteld. Ten tijde van de aflevering van de CSA-II schafte het GVU ook enkele midibusjes aan voor lijn 2/22 die op de CSA-II waren gebaseerd.
Zoals gezegd kreeg het GVU in 1988 haar laatste standaardbussen. De productie van dit bustype werd gestaakt en het principe van standaardisatie werd losgelaten. De bij de CSA aangesloten vervoerbedrijven gingen allemaal hun eigen weg.
De eerste plannen voor aanschaf van gelede bussen
In de jaren '80 waren er plannen om het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU) te verhuizen van de Catharijnesingel naar De Uithof. Op De Uithof waren vanaf eind jaren '60 enkele faculteiten van de Universiteit Utrecht gevestigd. De Uithof, gelegen aan de oostkant van de stad tegen Zeist en De Bilt aan, zou worden ontwikkeld tot wetenschapscentrum. Naast het AZU zouden er op De Uithof ook steeds meer faculteiten van de Universiteit Utrecht zich vestigen. Later vestigde ook enkele faculteiten de Hogeschool Utrecht zich op De Uithof. Er waren plannen om op de Padualaan en de Heidelberglaan een busbaan aan te leggen waarvan lijn 11 en 12 gebruik van konden maken. Door de toenemende activiteiten op De Uithof werd exploitatie van beide lijnen door gelede bussen wenselijk geacht.
De Den Oudsten B88
In 1988 presenteerde busbouwer Den Oudsten uit Woerden een nieuw bustype, de Den Oudsten B88 genaamd. Dit bustype was de opvolger van de populaire standaard-streekbus die Den Oudsten in de periode 1969-1988 in verschillende uitvoeringen bouwde. De Den Oudsten B88 was leverbaar tot 1995. De Den Oudsten B88 was in de beginjaren leverbaar in verschillende varianten. De eerste variant was de Den Oudsten B88 op DAF MB230-chassis ( hogevloersbus). De tweede variant was de Den Oudsten B88 op DAF SB220-chassis (semi-lagevloersbus). De derde variant was de Den Oudsten B88 op Volvo B10-chassis (wederom een hogevloersbus). De laatste variant was ook leverbaar als gelede bus. Volvo leverde hiervoor het B10MG-chassis. De Den Oudsten B88 was geschikt voor het stadsvervoer en het streekvervoer. De Den Oudsten B88 op Volvo B10MG-onderstel bleek de geschikte bus voor Utrecht, vooral omdat er eind jaren ’80 sprake was van verdere integratie van stads- en streekvervoer. Er waren plannen voor een intensievere samenwerking tussen het GVU en streekvervoerder Centraal Nederland. Dit laatste bedrijf reed inmiddels ook met bussen van het type Den Oudsten B88.
De Volvo-Den Oudsten B88 geleed is uiteindelijk naast het GVU verder aangeschaft door het GVA (Arnhem), de GSM (Gelderse Streekvervoer Maatschappij) en het GVB (Amsterdam).
Het GVU en busbouwer Den Oudsten
De Woerdense busbouwer Den Oudsten, opgericht in 1926, was geen onbekende bij het G(E)VU. Het GEBRU, de voorganger van het G(E)VU, liet in de jaren '30 heel wat bussen door Den Oudsten van een carrosserie voorzien. Het bedrijf heette destijds Den Oudsten & Domburg. Na de oorlog werden er ook nog bussen met een Den Oudsten & Domburg-carrosserie afgeleverd. In 1964 leverde Den Oudsten een serie 'Duikboot'-bussen aan het GEVU (serie 61-68). In 1968 volgde nog een serie standaardbussen (68-95).
Gelede bussen dienen zich aan
1989: De serie 501-518
In 1988 werd er bij het Woerdense carrosseriebedrijf Den Oudsten een bestelling geplaatst voor 18 gelede bussen. Deze bussen, genummerd 501-518, kwamen in 1989 in de nieuwe blauw/witte huisstijl op de weg. Ze waren van het type Den Oudsten B88. Destijds kon Den Oudsten de gelede versie van dit bustype alleen bouwen op Volvo B10MG-chassis.
Op 23 mei 1989 was het eindelijk zover. De eerste nieuwe gelede bussen werden op het Janskerkhof gepresenteerd. De Utrechtse bevolking kon voor het eerst kennis maken met het fenomeen “gelede bus”. Op deze dag werd er ook een andere bus aan het publiek gepresenteerd. Het was een DAF/Hainje Standaardbus 2000 met het nummer 101. Dit type zou mogelijk besteld worden om een groot aantal oude wijnrode DAF-standaardbussen te vervangen.
De 501-518 werden in de maanden mei tot en met augustus 1989 in dienst gesteld. In hetzelfde jaar werd het nieuwe Academisch Ziekenhuis Utrecht en de busbaan op De Uithof in gebruik genomen. In hetzelfde jaar kwam de verbouwing van het garageterrein aan de Europalaan gereed. Speciaal voor de gelede bussen werden er nieuwe (langere) hefbruggen aangeschaft. Van de serie 501-518 waren de 511-518 voorzien van telapparatuur.
1990: De serie 519-535
In september/oktober 1990 werd een tweede serie Volvo-Den Oudsten gelede bussen in dienst gesteld. De nieuwelingen kregen de nummers 519-535. De keuze voor de aanschaf van meer gelede bussen hield verband met de overheidsplannen om het openbaar vervoer meer te laten bijdragen aan het terugdringen van de automobiliteit en de filebestrijding. Het GVU wilde hier op inspelen door kwaliteit en met name kwantiteit te verhogen. Vanaf 1989 kregen dienstplichtige militairen een 'gratis' OV-jaarkaart. Intussen werd er onderzoek gedaan om ook studenten deze luxe aan te bieden. In de komende jaren zou het openbaar vervoer enorm toenemen waardoor extra gelede bussen gewenst waren. Ze zouden dan ook op andere drukke stadslijnen (1, 3, 6 en 7) ingezet kunnen worden.
De serie 519-535 was praktisch gelijk aan de serie 501-518, behoudens het opnieuw vormgegeven Den Oudsten-embleem op het front.
1991: De serie 536-546 en 547-556
In 1991 kwamen maar liefst twee nieuwe series Volvo-Den Oudsten gelede bussen in dienst. In januari/februari 1991 werd de serie 536-546 in dienst gesteld, in september/oktober 1991 gevolgd door de serie 547-556. In hetzelfde jaar werd de OV-jaarkaart ook voor studenten ingevoerd.
1993: De serie 557-575
Doordat er in de jaren 1989, 1990, 1991 en 1993 maar liefst 75 gelede bussen op de weg werden gebracht konden veel oude DAF/Hainje standaardbussen buiten dienst worden gesteld. Zo verdwenen in de jaren 1989-1993 de series 236-240 (1973), 241-262 (1973), 301-315 (1974) en 316-332 (1975) van het toneel. Veel van deze bussen zijn in Angola en Roemenië een tweede leven begonnen.
Na de indienststelling van de serie 557-575 werden meer bussen overbodig. Er kon een begin worden gemaakt met de buitendienststelling van bus 333 (1978), de serie 334-349 (1980) en enkele bussen uit de serie 350-381 (1982). Deze bussen werden niet direct afgevoerd, maar gingen in opslag bij Volvo in Waddinxveen. In 1994 werd bus 333, de serie 334-349 en enkele bussen uit de serie 350-381 daadwerkelijk afgevoerd. Deze bussen kregen een tweede leven in Marokko.
De gevolgen van de instroom van Volvo-Den Oudsten gelede bussen
In 1993 ontving het GVU weer een nieuwe serie Volvo-Den Oudsten gelede bussen. Met de indienststelling van de 557-575 in augustus-oktober 1993 had het GVU 75 Volvo-Den Oudsten gelede bussen in dienst. Dit waren tevens de laatste bussen van het type Volvo-Den Oudsten B88 die in dienst werden gesteld.
In tegenstelling tot de voorgaande series hadden deze bussen een afwijkend interieur. Ze hadden een dubbele rij banken aan de blinde zijde en een enkele rij banken aan de instapzijde. Bij de bussen 501-556 was het omgekeerde het geval. De 574 was weer een buitenbeentje. In de aanhanger had deze bus aan beide zijden een enkele rij banken. De 558 en 559 waren voorzien van telapparatuur.
Inzet in de loop der jaren
De Volvo-Den Oudsten gelede bussen hebben voornamelijk dienst gedaan op de lijnen 1, 3, 6, 7, 11 en 12. Incidenteel reden ze ook wel eens op andere lijnen waardoor ze ook buiten de gemeentegrenzen kwamen. Zo reden ze wel eens op de lijnen naar Maarssen(broek) en naar Leidsche Rijn. Op koopzondagen waren de bussen vaak te zien op de WinkelExpress. Vanaf 2004 werden de bussen ook vaak ingezet in het stadionvervoer. De DAF/Hainje CSA-II’s waren inmiddels buiten dienst gesteld waardoor de Volvo’s de oudste bussen in het wagenpark waren.
Een bijzonder jaarlijks terugkerend fenomeen was dat het Nijmeegse busbedrijf Novio jaarlijks gelede bussen inhuurde van het GVU. Het GVU stelde hiervoor Volvo’s ter beschikking. Ieder jaar werden er enkele bussen voorzien van Novio-stickers om in de stad aan de Waal dienst te doen.
Totaalreclames, modificaties en schadegevallen
Totaalreclames
De gelede Volvo’s werden gedurende de jaren '90 steeds vaker voorzien van totaalreclames. Enkele bussen werden bont beplakt. Een mooi voorbeeld hiervan was de 520 die in 1995 enige tijd met reclame voor Appelsientje sinaasappelsap heeft rondgereden. De laatste totaalreclame op de Volvo’s was die van het Duitse elektronicaconcern MediaMarkt op de 574 (beplakt in 2006).
Modificaties
Het uiterlijk van de gelede Volvo's veranderde in de loop der jaren niet zo veel. De meest ingrijpende verandering betrof de bestickering. Zo kregen de Volvo’s in 2004 nieuwe bedrijfslogo's (100 jaar GVU). In 2006 kregen ze opnieuw nieuwe bedrijfslogo’s (GVU - Voor U). Deze stickers werden aangebracht in het kader van een OV-klantvriendelijkheidsproject van het Bestuur Regio Utrecht. De streekbussen van Connexxion kregen ook het “Voor U”-logo. De meest opmerkelijke verandering is dat de in september 2007 resterende Volvo’s omgenummerd werden. De bussen kregen het cijfer 4 voor het wagenparknummer geplakt, dit omdat het GVU per 1 januari 2007 onderdeel is geworden van Connexxion. Door het omnummeren van de bussen pasten zij beter binnen het algehele wagenpark van Connexxion.
Noemenswaardig om te vermelden is dat de Volvo's in 2002 werden voorzien van camera's in de bus, dit om de veiligheid te vergroten.
Aanrijdingen en andere schades
In de loop der jaren bleven aanrijdingen en andere vormen van schade ook de Volvo-Den Oudsten bussen niet bespaard. Hieronder volgt een korte opsomming:
- In 1991 sloeg het noodlot toe voor de 506. In de nacht van 14 op 15 december brandde de bus gedeeltelijk uit. De bus werd hersteld en kwam op 12 juni 1992 weer in dienst.
- De 549 ramde op 29 april 1993 het kantoortje van Centraal Nederland op het streekbusstation. De 549 werd hersteld en kwam op 18 september 1993 weer in dienst.
- In de avond van 8 februari 1995 brandde de 555 op het garageterrein aan de Europalaan gedeeltelijk uit. Op 14 februari ging de bus naar Den Oudsten. De schade was niet gering en zodoende liet het GVU de bus total-loss verklaren. De 555 werd eigendom van Den Oudsten. Het Zeeuwse bedrijf AMZ kocht het restant van deze bus op en liet hem opknappen.
- Op 13 juni 1997 werd de 550 met een chassisbreuk buiten dienst gesteld. Op 17 juli 1997 werd de wagen voor herstel overgebracht naar Volvo te Waddinxveen. Op 7 november 1997 keerde de wagen weer terug op Utrechtse bodem en werd op 11 november weer in dienst gesteld.
- Op 28 januari 2004 raakte de 520 bij de Helling/Baden Powellweg betrokken bij een aanrijding met een personenauto. De 520 deed dienst als POD-bus. De 520 raakte zwaar beschadigd en werd in februari 2004 afgevoerd naar TSN in Nieuwegein. Na inspectie bleek dat de 520 zodanige (chassis)schade had opgelopen dat de wagen, gezien de leeftijd, niet meer voor herstel in aanmerking kwam. Op 5 april 2004 ging de bus met schade retour naar de garage aan de Europalaan. De 520 werd geplukt van de nog bruikbare onderdelen. Het karkas van de bus werd afgevoerd naar Francken en Wagensveld te Nieuwerbrug voor sloop.
- Op 26 september 2005 liep de 568 van lijn 1 zware achterschade op na in aanraking gekomen te zijn met een vrachtwagen. De 568 ging voor herstel naar TSN in Nieuwegein.
- Op 14 december 2005 ramde Van Hool 583 de 574 op de Taagdreef. De 574 van lijn 6 raakte aan de achterzijde beschadigd en werd voor herstel overgebracht naar TSN in Nieuwegein.
Het einde van de Volvo-Den Oudsten komt in zicht
Op 1 januari 2005 waren er van de oorspronkelijk 75 geleverde Volvo’s nog altijd 73 exemplaren in dienst. In 2005 zou de grote afvoer starten. Hieronder volgt een overzicht van de laatste jaren van de Volvo’s.
Het jaar 2005
In 2004 werd bij Van Hool een nieuwe serie van 29 gelede bussen besteld. De bussen waren van het type AG300 New Look. De bedoeling was dat deze Van Hools de serie 501-518 zouden gaan vervangen. Dat er 11 “extra” nieuwe bussen waren besteld had te maken met de uitbreiding van het wagenpark. De serie 601-629 werd in de maanden april-september 2005 in dienst gesteld.
De afvoer van de serie 501-518 startte op 4 mei 2005. Als eerste ging de 506 buiten dienst. Hierna volgden op volgorde van wagenparknummer de 516, 513, 514, 502, 510, 515, 517, 503, 508, 512, 507, 501, 511, 518, 504, 509 en 505. Deze Volvo’s verdwenen voor opslag naar Van Hool Nederland in Vianen.
Bijzonder was dat vanwege een tekort aan bussen werd besloten om de 516 en 517 weer gereed te maken voor de dienst. Op 12 juli 2005 vertrokken deze wagens vanuit Vianen naar de Europalaan. De behoefte aan extra materieel was niet van zodanige aard dat de 516 en 517 daadwerkelijk opnieuw in dienst gesteld zouden worden. Na een paar maanden aan de Europalaan vertoefd te hebben verdwenen de wagens weer naar Vianen voor opslag.
Na een paar maanden bleek dat er nog meer Volvo’s buiten dienst gesteld konden worden. Zo werden nog in de loop van 2005 de 522, 535, 530 en 546 buiten dienst gesteld. Ook waren er plannen om de 539 buiten dienst te stellen, doch deze bus bleef gewoon in dienst. De 522, 535, 530 en 546 verdwenen voor opslag naar AP-Trading in Vianen.
Inmiddels had het Bestuur Regio Utrecht opgelegd dat de Volvo’s na schemering zich niet meer op straat mochten vertonen. In de avonduren waren namelijk andere bussen voorhanden die minder milieuvervuilend waren. De Volvo’s waren namelijk niet uitgerust met een roetfilter. Wegens de aankomende vervanging van deze bussen zouden zij geen roetfilter meer ingebouwd krijgen.
2006
Ook in 2006 konden er enkele Volvo’s gemist worden. In dit jaar werden de 524, 528, 527, 540 en 526. Deze wagens vertrokken naar Van Hool in Vianen voor opslag.
In 2006 werd bij Van Hool een vervolgserie gelede bussen geplaatst van het type AG300 New Look die in 2007 afgeleverd zou moeten worden. De bussen leken sterk op de 601-629, doch hadden een ander interieur, een uitlaat op het dak, een milieuvriendelijke Euro V-motor en oranje LED-lijn/richtingfilms.
2007
Zoals gezegd had het GVU de serie 630-646 bij Van Hool besteld. Deze bussen kwamen in de maanden januari-april 2007 in dienst. Door de indienststelling van deze bussen konden weer een aantal Volvo’s buiten dienst gesteld worden. Voor de bussen 523, 550, 521, 519, 525, 529, 531, 532, 533, 534, 538, 537, 541 en 536 viel in 2007 het doek. Ook de 539 werd buiten dienst gesteld, maar deze kwam later toch weer in dienst. De afgevoerde Volvo’s vertrokken naar Van Hool in Vianen voor opslag.
De laatste Volvo's
Afgelopen jaren werd duidelijk dat het stadsvervoer in Nederland geprivatiseerd diende te worden. Het GVU was een relatief kleine speler op de markt van aanbieders van openbaar vervoer. Het bedrijf was te klein om te kunnen concurreren en zodoende werd het bedrijf verkocht aan Connexxion. Sinds 1 januari 2007 is het GVU een officiële Connexxion-dochter.
Medio 2006 waren er plannen om een voorlopig laatste serie gelede bussen van het type Van Hool AG300 New Look aan te schaffen ter vervanging van de laatste Volvo’s. Dit zouden de 647-673 moeten worden. Doordat Connexxion eigenaar was geworden van het GVU kon er worden gezocht naar een goedkopere oplossing. Connexxion was van plan om de op de ZuidTangent-rijdende Van Hools te vervangen door nieuwe bussen. Deze bussen, genummerd 7841-7873 en geleverd in 2002, waren echter nog lang niet versleten. De Van Hools voldeden niet meer aan de eisen van de ZuidTangent. De 7861 was al eerder afgevoerd na zware brandschade. De oplossing was om de nog overgebleven Van Hools naar Utrecht te sturen om de laatste Volvo’s te vervangen. Connexxion stelde wel als voorwaarde dat er een aantal 'overbodig geworden' Utrechtse Van Hools (uit de serie 107-133) naar Nijmegen zouden gaan.
Na het naar buiten komen van de plannen ontstond er commotie in de Utrechtse gemeenteraad. Zo waren enkele raadsleden ervan overtuigd dat de ZuidTangent-bussen er slechter aan toe waren dan de Utrechtse Van Hools die naar Nijmegen zouden gaan. Uiteindelijk werd de kogel door de kerk geschoten en gaf de gemeenteraad haar fiat.
Connexxion had inmiddels een nieuwe serie Mercedes-Benz gelede Citaro’s besteld voor de ZuidTangent (serie 9182-9226). De bussen zijn op dit moment in aflevering. Connexxion is van plan om deze bussen allemaal in één keer in dienst te stellen. Een gevolg hiervan is dat de Van Hools tot die tijd zullen blijven rijden voordat er met ombouw kan worden begonnen. Mogelijk wordt door deze plannen de ombouw van de ZuidTangent-Van Hool’s vertraagd. Volgens afspraken zouden deze bussen in december 2007 de nog rijdende Utrechtse Volvo’s gaan vervangen. In dit geval zullen de Utrechtse Volvo’s nog even blijven rijden en het jaar 2008 nog halen.
In september/oktober 2007 zijn de eerste Van Hools uit de serie 107-133 buiten dienst gesteld. De eerste bus was de 119. Intussen is duidelijk geworden dat de deelserie (agglobussen) 119-133 naar Nijmegen gaat. De 122 uit deze deelserie was al eerder afgevoerd na brandschade.
Bijzonder om te vermelden is dat de 32 nog resterende Volvo’s (539, 542-545, 547-549, 551-554, 556-575) in september 2007 een 4 voor hun wagenparknummer hebben gekregen.
Volvo's in hun tweede leven
Van de afgevoerde Volvo’s zijn de 501, 502, 504, 510, 511, 512, 515-517, 533, 537 en 541 inmiddels een tweede leven begonnen in Nederland. Ook de 555 doet nog steeds dienst bij de AMZ. De 505, 509, 518 en 522 zijn een tweede leven begonnen in Azerbeidzjan. De 503, 507, 513, 514, 520, 523, 524, 526, 527, 528 en 540 zijn inmiddels gesloopt. De 530 en de 535 zijn naar Engeland verscheept om daar te worden gebruikt voor de opnames van de James Bondfilm “Casino Royale”. Deze bussen zijn inmiddels ook gesloopt. De 519 is in april 2007 opgenomen in de collectie van het Noordelijk Bus Museum in Winschoten. Deze bus zal in de toekomst voor het nageslacht bewaard blijven en heeft de taak om herinneringen aan dit bustype levend te houden.
Het afscheid van de GVU Volvo-Den Oudsten B88-geleed
Zoals eerder gezegd doen nog 32 van de oorspronkelijk 75 exemplaren dienst. Nog dagelijks rijden ze hun rondjes in Utrecht. Met hun kenmerkende gierende geluid zijn ze een bijzondere verschijning in het Utrechtse straatbeeld. Naast het gierende geluid kenmerken deze bussen zich door een piepend geluid bij het afremmen en het loeien van de V-snaar als het regenachtig weer is. Verder hebben ze een wat onrustige loop, maar zijn zeer betrouwbaar. Voor vele chauffeurs waren deze bussen het perfecte gereedschap. Binnenkort zullen ze worden afgelost door modernere bussen en behoren de Volvo’s voorgoed tot het verleden.
| | 
De oudste Volvo toen de bus nog bij het GVU reed. De 501 in juni 2005, toen ik de bus 's avonds tegenkwam in de Potterstraat. De bus is uiteindelijk naar Oostenrijk Tours in Diemen gegaan.

De 501 wordt samen met de 502, 504 en 511 regelmatig ingezet op het RAI-vervoer tussen de RAI en de parkeerplaatsen bij de Amsterdam ArenA. Op de foto is de 501 te zien op de President Kennedylaan op 6 april 2007. Op de achtergrond is de RAI te zien, waar die dagen de bekende AutoRai werd gehouden.

Sneeuw. De 569 in Kanaleneiland, gefotografeerd door Maarten de Bruyn vanaf de Prins Clausburg op 8 februari 2007.

De 520 is de eerste Utrechtse bus die gesloopt is. Na zware botsschade werd de bus in 2004 gesloopt bij sloperij Francken & Wagersveld. De foto is gemaakt door Pieter de Vries.

De Volvo's werden veelvuldig ingezet op het stadionvervoer tussen het Centraal Station en Stadion Galgenwaard. Op de foto is de GVU 536 te zien bij de Sterrenwijk op 22 oktober 2006.

De 574 op de eerste dag met MediaMarkt-reclame, de laatste totaalreclame-Volvo. 15 mei 2006 op het Smakkelaarsveld bij het station.

De 516 werd samen met de 506 als eerste terzijde gesteld. Op 17 februari 2005 stond de bus nog totaal klem op het Centraal Station, toen er wegens een afscheidsritje van een chauffeur geen bus meer in- of uit kon rijden. Let op de hoeveelheid Volvo's op 1 foto.

De 539 is op dit moment (november 2007) de oudste Volvo in Utrecht. Op de foto halteert de bus in de Hooft Graaflandstraat op 11 december 2007. De sporthal links op de foto is in oktober 2007 gesloopt.

Een jaarlijks uitstapje was een bezoek aan Nijmegen, waar de bussen door Novio werden gebruikt als extra capaciteit voor het Vierdaagse vervoer. Op 18 juli 2006 is de GVU 545 te zien op het busstation van Nijmegen. Links staat de 622 van de Novio.

De 510 is bij Hatro in Ochten terecht gekomen. Op de foto, gemaakt op 31 juli 2006, is de bus nog in Utrechtse kleuren, maar inmiddels heeft de wagen dezelfde huisstijl als de RET 509, die rechts van de Utrechter staat.

De 512 is bij Milot Reizen terechtgekomen, waar een enthousiaste werknemer de bus heeft omgebouwd tot een echte disco-bus. De bus heeft een gigantische geluidsinstallatie, discoverlichting, een enorme toeter, zwaailichten en een displayfilm. De wagen heeft een dubbele rij banken gekregen, afkomstig uit gesloopte soortgenoten voor een grotere capaciteit.
|